zondag 24 februari 2008

bewijs

“Laat x gelijk zijn aan de grootheid van alle grootheden van x. Laat x gelijk zijn aan de koude. Het is koud in december. De maanden van koude zijn november tot februari. Er zijn 4 maanden koude en 4 maanden warmte. Dan zijn er nog 4 maanden van onbepaalde temperatuur. In februari sneeuwt het, in maart is het meer een meer van ijs.
In september komen de studenten terug en liggen de boekenwinkels vol. Laat x gelijk zijn aan de maand met volle boekenwinkels. Het aantal boeken benadert oneindigheid als het aantal maanden van koude 4 benadert.
Ik zal het nooit zo koud hebben nu als in de toekomst. De toekomst van koude is oneindig. De toekomst van warmte is de toekomst van koude. De boekenwinkels zijn oneindig en zijn dus nooit vol, behalve in september.”

(De mathematicus Robert is ervan overtuigd dat hij een baanbrekend bewijs heeft geschreven. Zijn theorie valt echter door de simpliciteit ervan. Mooi is wat hij vertelt wel.)

Als wiskunde zo simpel was, dan zou ik er minder mee worstelen. Toch heb ik een zwak voor de filosofische kant ervan. Als ik ’s nachts niet kan slapen dan haal ik Robbert Dijkgraaf’s DE ONREDELIJKE EFFECTIVITIET VAN DE FYSICA IN DE MODERNE WISKUNDE uit de lade en lees ik enkele pagina’s, totdat ik rustig word. Ik snap er geen snars van, maar ergens, diep vanbinnen trilt het, en begrijp ik het wel. Klinkt dit raar?

Onverwacht verrast de film {PROOF} me, op eenzelfde wijze als A BEAUTIFUL MIND jaren na eerst verschijnen dat deed. Acteurs hanteren weliswaar de scriptorale vaardigheid om ons voor te spiegelen wat we willen zien, maar toch blijft vaak iets van wat ze zeggen bij me hangen. Is het zuiver toeval dat zowel wiskundige John F. Nash (A BEAUTIFUL MIND) als het karakter Robert {PROOF} tekenen van zinsverbijstering vertonen? Ik vraag me af of genialiteit niet altijd een beetje aanleunt bij gekheid.

Verder dan baantjes tellen en cijfers fotograferen reiken mijn eigen toepassingen in het veld van de wiskunde echter niet. Tot complete verrassingen leiden die intenties heel geregeld. Ik had me voorgenomen twee lengtes af te werken, zeer langzaam, cool, gestroomlijnd. Maar om koude tegen te gaan, bleef ik doorzwemmen. Ergens halverwege werd ik begroet door een bruinverbrande borstkas. Ik droeg mijn lenzen niet, en dacht hem te herkennen, maar voorzichtigheid gebood me weg te kijken en … door te zwemmen. Een zwembad pick-up was niet wat ik in gedachten hield.

Maar dankzij de vlotte jongeman die meer succes had bij een meisje aan de andere kant van het zwembad, tikte ik uiteindelijk af bij twintig lengtes… Zover reikt mijn inzet in de intrigerende wereld van wiskunde. Vanmorgen heb ik het gevolg van mijn inspanningen duidelijk gevoeld. Vandaar een luie zondagochtend, een kopje zwarte koffie en {PROOF} van dat alles. Cheers!


2 opmerkingen:

Cram zei

Bij de volgende zwembeurt neem je best een bril mee. Kwestie van geen kansen te laten voorbij 'zwemmen' ;)

didiermaurice zei

Blijkbaar hebben 20 lengtes je energie teruggegeven. Je zwemt de crawl met woorden. Je planeert als een zeilboot. Dat lezen we graag. Nog een prettig vervolg.
Avé, d.