zaterdag 29 maart 2008

spelen

Het prentenboek van ROODKAPJE nonchalant onder zijn arm, pikt mijn vader me op zaterdagmiddag in de ontvangsthal van mijn school op. Ik ben vijf en in de reusachtige kleuterklas achterin, met hoge ramen die tot het plafond reiken, voorzien de speelhoeken mijn kinderlijke verbeeldingskracht van meubeltjes en manden vol stofjes. Vanmorgen spelen we er HUISJE, onder het vreedzame oog van de laatste nonnen.

Het eerste leerjaar beleven we in de schaduw van de volgende klas : we zijn een select groepje en we worden gezamenlijk begeleid door juf Germaine met de gitzwarte kuif. In de winterperiode van het tweede leerjaar breek ik mijn pols op een vlek februari-ijs. In ’t derde zijn we allemaal, zonder uitzondering, verliefd op meester W. De daaropvolgende jaren zijn wazig, maar we spelen TIKKERTJE, MODELLETJE, en ONTVOERDERTJE op het betonnen schoolplein, waar de Japanse kersenbomen in de lente roze blaadjes sneeuwen. De geheime schooltuin die grenst aan de knutselklas tart onze verbeelding, temeer daar ons de toegang ertoe wordt ontzegd. Als we handenarbeid krijgen, dan kijken we in juni en september op groen loof en rijpend fruit. Eén keer forceren we het ijzeren tuinpoortje en lopen als zondagskinderen te jubelen door het hoge gras. Daar verliezen we ons in ROVERTJE spelen. De nonnen komen het nooit te weten, wij zijn zo behendig en snel.

De kleuterklassen doen door de jaren heen dienst als ontvangstruimte voor schoolse fancy fairs, ruime expositiehal tijdens de jaarlijkse boekenbeurs, feërieke eethal voor ontelbaar veel mosselfestijnen. In december wordt de immense ruimte letterlijk schouwtoneel voor Sint en zijn gelag. De weinige keren dat ik er verzeil, door een jaartje KLJ-adept te worden, zwerf ik langs verlaten schoolgangen, op zoek naar echo’s uit mijn lagere schoolverleden. Ik duw de hoge deuren open en val binnen in een dwingende les aardrijkskunde. Ik word verblind door magisch diepe kleuren in de godsdienstboekjes : het licht van de Heer dat nederdaalt op aarde. Ik hoor stemmen van vergeten leraars opklinken alsof ze naast me staan. Hun schoolse dreigementen raken me ei zo na aan. De inmiddels verlaten lokalen vormen voortaan de achtergrond voor jeugdbewegingsactiviteiten en af en toe weerklinkt er keiluide fuifmuziek.

Het SINT JOZEFS GESTICHT heeft vandaag de strijd rechtop te blijven verloren. Eerstdaags wordt het door een projectontwikkelaar met de grond gelijkgemaakt, in naam van vooruitgang en tegemoetkomen aan burgerlijke noden. Dat ontdek ik toevallig en uitgerekend op YOUTUBE (waar ik overigens een grappige ode aan de eertijdse toiletruimtes 1-2-3 terugvind).


Vooraleer het imposante gebouw uit het vertrouwde straatsbeeld verdwijnt, spring ik op de zaterdagbus naar T. Het voelt vreemd intimistisch om het oude schoolgebouw als bestemming te hebben, en niet het huis van mijn moeder die er al meer dan 50 jaar woont. Ik ben ook een beetje bang dat de nakende lotsbestemming van het ‘oude klooster’ mijn herinnering geweld zal aandoen. Ik trippel omslachtig om de gronden heen. Het gebouw heeft zich gewikkeld in betonnen omheiningsmuren. Als ik de ommezijde van het terrein langs het weggetje probeer te bereiken stel ik, door een gat in een roestig poortje, vast dat de geheime tuin is verdwenen. Berustend kijk ik op de gapende ramen van de knutselklas, waaruit we als kinderen verlangend tuurden. De verholen tuin met weelderige loof- en fruitbomen, is ergens tussen toen en nu, in de ruimte opgeslokt geraakt… die kap is alvast over de tuin komen te hangen.

Geen opmerkingen: