donderdag 29 mei 2008

bergen

B. vertelt me een korte, schone geschiedenis over het vertrouwen dat ze stelt in de berg die ze beklimt tijdens zomervakanties. Haar persoonlijke odyssee in een wereld die het niet begrepen heeft op de traagheid der dingen en het lopen van de weg. Vanmorgen wordt google tot mijn aangename verrassing opgesmukt door de herinnering aan de eerste beklimming van de mount everest. Het gaat over bergen dan, vandaag? En of we ze beklimmen?

Niet zo gisteren. Ik sta op het perron tijd te doden, want de trein is laat. In het metrokrantje trekt een onopvallende zwart-wit foto mijn aandacht, met eronder de boodschap dat een ruimtesonde succesvol landt op de planeet Mars. Op de vlakte van de dode, pardon rode planeet, niets dan keien. Onder de keien wordt ijs vermoed. Met de sonde is alles goed. Ik probeer tevergeefs het belang van het bericht te doorgronden, in een wereld die langs me heen wegvalt in onverschilligheid, oppervlakkigheid en nonchalance.

Tonnen geld worden schaamteloos de ongrijpbare ruimte ingevlogen, terwijl de tastbare medemens crepeert. Ik voel me beschaamd te willen wegduiken voor zoveel ironie op enkele blaadjes papier. Ik sta machteloos tegenover een gedicteerde wereld die zich verslikt aan platgestreken volzinnen, geschreven en gesproken door meesmuilende berichtgevers. Ik heb moeite met het geschreven woord, als dat woord zich bevindt in een dal.

Dan verheugt, op de valreep, mij het eenvoudige bericht, dat het een 15-jarig Nepalees meisje is geweest, dat als jongste klimmer ooit, het dak van de wereld heeft betreden. Concreter, haalbaarder, en nederiger dan de arrogantie het heelal te willen bedwingen als de toestand van de aarde voorbijgestreefd lijkt.

Geen opmerkingen: