donderdag 15 mei 2008

classificeren

Mijn passie voor classificeren wordt vanochtend aangesproken in een artikel waarin ‘vrouwen weer echte mannen willen’ (metrokrant, 15/05/08). Het nieuwe type man is retrosexueel. De retro heeft stoppels, een weelderig behaarde borstkas en gaat pinten pakken met zijn maten. Stoppels zie ik inderdaad om de haverklap aan me opduiken. Van ’s morgens vroeg passeren de five o’clock shadows de revue, waarbij ik me afvraag of er iets aan de hand is met het biologische ritme van de man? Blijkt van niet. Het getuigt van een hip standje op het elektrische scheermes. De nieuwe man houdt bovendien gentlemanly de rekening bij. Hoe de retro scoort op emotioneel gebied blijft onbesproken. Zijn we als vrouwen terug bij af?

Wilden vrouwen tot kort geleden onechte mannen, vraag ik mezelf af. Mijn verlangen is door de jaren ongewijzigd gebleven : mij bekoort nog steeds een man die zichzelf kent en die in staat is lief te hebben. Op dating sites (veldonderzoek, weet je) classificeren heel wat kandidaten zichzelf daadwerkelijk onder de noemer ‘man’, maar eenmaal puntje bij paaltje komt (mhm), moeten ze weg. Mist in hun ogen drijft hen naar elders, bestemming onbekend. Hey, dat is prikkelend, de bestemming in het ongewisse laten; onderweg zijn is belangrijker dan aankomen. Moedwillig de noorderzon kiezen is echter drastisch.

Een en ander in mijn wedervaren schrijf ik plichtbewust toe aan mijn ongewone kijk op de dingen. Als ik al aan uitleggen toekom hoe wonderlijk ik de wereld in elkaar zie zitten, zie ik het bruisende volume mailtjes onverklaarbaar slinken. Als een date zich verwerkelijkt, trekken wenkbrauwen zich een millimeter of twee op. Geen tic, wel een subtiele evaluatie van de gelegenheidspartner, die kort daarop het hazepad kiest. Gentlemanly? Klasseren en classificeren dringen zich op. Niet dat ik dat doe met leedvermaak of enig ander plezier. Wees zeker dat ik van mannen houd, jullie mannen zijn heerlijk!

Collega B. komt stralend terug op kantoor. Ze is met haar man de kanalen van Venetië gaan bevaren. Het is geleden sinds DE PASSIE dat ik illusoir in Venetië was, en met grote ogen Villanelle’s zoektocht naar de ware opvolgde. Uit B.’s gepassioneerde relaas maak ik op dat niets van wat ik in DE PASSIE gelezen heb, gelogen is. Afbrokkelende huisgevels in ombere pasteltinten weerkaatsen de avondzon, duistere krochten onder smalle erkerstraten geven zompig hun geheimen prijs, sprankelende spritzers (1/3 bitter campar of aperol – 2/3 presecco sprankelend water - ijs en een obligatoire olijf) verleiden de vermoeide Venetiaan tot ontspannen. Om nog niet te spreken over de ranke gondeliers…

Nu nog dienen enen man, die met mij een spritzer delen kan, op zo’n terrasje, bling bling van ondergeschikt belang.

Geen opmerkingen: