donderdag 22 mei 2008

grijs, maar niet somber

Het gestroomlijnde MUSEE DES BEAUX-ARTS in Doornik ligt letterlijk aan het einde van een museumgroep, rond de Cour d’honneur de l’hotel de ville. Het imposante gebouw, van de hand van Victor Horta, opent voor het eerst haar deuren in 1928. Niet al te opvallend de eeuwwisselingstijl van Art Nouveau prijsgevend, vallen de typische details wel op : sierlijke belijning van het portaal; gladde, sobere houten toegangsdeuren; glazen plafondpartijen waardoor de tentoonstellingsruimten baden in het middaglicht.

Die glazen koepels zijn niet altijd de gulden middenweg, volgens Christophe, museumwacht met zondagdienst. Sinds de opening van het museum, tachtig jaar geleden, werden de koepels niet onderhouden. Nu de centrale lichtkoepel recent van crasses werd ontdaan, en de zon er weer ‘in’ kan, wordt het museum op warme dagen omgedoopt tot een ongenadige sauna. In werkelijkheid betekent dat een moordaanslag op behulpzaam personeel, welwillende bezoekers, maar vooral op de conditie van de kunstschatten. In dit museum hangen parels!

Op de stoep ontmoet ik een felle Tournaisienne, duur fototoestel om de hals, die me aanspreekt terwijl ik met mijn pocket camera stemmige hoekjes opzoek. Haar camera verwordt vrij snel tot buffer tussen haar kritiek en mijn sobere repliek. Juist, ik herinner me de dymostrips die onbeschaamd de lijsten van de kunstwerken sieren, en geen betekenis vormen, integendeel zelfs, tegenstrijdige informatie opleveren op één doek. Ik heb oude schoollabels in hoeken van canvassen opgemerkt, labels die daar niet horen. Vergeelde naamkaartjes, al dan niet vakkundig aangebracht, worden op het hout van vergane glorie geprikt. Allemaal voor de borst stuitend, zoveel is juist.

Courbet, Wouters, Toulouse-Lautrec, Ensor, Monet, Manet, Seurat, Rops, De Brakeleer, Delville, Fantin-Latour, Legendre, Claus, …. worden vertegenwoordigd met indrukwekkende tableaus, tegen wanden in authentieke museumkleuren. Wat mij betreft verleent het sjofele karakter van de presentatie de kunstwerken, die sowieso een tijdsreis hebben afgelegd, een extra dimensie. Toch drukt de dame me ostentatief haar wijsvinger onder de neus. Die ziet zwart op het wrijfvlak. Ik haal mijn schouders op. Het museum is in handen van de stad en openbaar kunstbezit wordt niet verwend. Preservatie en conversatie staan niet hoog op de agenda van cultuurbeleid, en we zijn in Wallonië. Als alle instellingen hun deel opeisen van de subsidiecake, dan blinkt de werkelijkheid dof, en geraken kunstwerken onder het stof. Kunst is echter in de eerste plaats bezield, en voorbij gebrekkige logistiek kijken is net de uitdaging. De dame knikt bedenkelijk, en spreekt het volgende koppel aan.

Wat mij in het museum meer bezighoudt, is het grote aandeel mannelijke kunstenaars dat vertegenwoordigd is in de expositie. De populistische, neerbuigende uitspraak van Marcel Van Tilt indachtig (CANVASCOLLECTIE, donderdag 15/05/08, “.. % mannen hebben (zoveel) werk ingeleverd, de rest waren vrouwen”), weet ik natuurlijk ook wel dat kunst nog niet zo lang geleden volledig werd beheerst door mannen. Maar vandaag de vrouwelijke kunstenaar doodzwijgen is onvergeeflijk.

Aan het einde van mijn bezoek kom ik in de hedendaagse zaal en word ik getroffen door een imponerend werk van Birge Lovell Harrison. Ik durf uit de voornaam voorzichtig afleiden dat de eerste vrouwelijke kunstenaar me te beurt valt. Niets is minder waar. Alhoewel minimaal ontsloten op het web, blijkt Birge een man te zijn geweest. Zijn werk RENDEZ-VOUS is nochtans erg ontroerend. Woorden schieten me tekort, dus zeg ik niks. Ga RENDEZ-VOUS kijken, in de zaal van de twintigste eeuw, in het MUSEE DES BEAUX-ARTS. Doornik ligt net achter de hoek.

Zie ook : le tournaisis

1 opmerking:

didiermaurice zei

voorwaar een 'unheimlich' museum... met de fiets tot daar langs de Schelde en dan de beloning: Manet en Seurat en Grard. top!