woensdag 11 juni 2008

gaandeweg zien

Wat arrogant van me dat ik het voorrecht aangrijp in mijn gelaat te laten snijden. Het doet me nadenken over het gemak waarmee wij, westerlingen in een westers land, beslissen aan te passen wat niet goed oogt, te veranderen wat niet goed zit, weg te nemen wat ons ergert. Allemaal met een schijnbaar, nonchalant gemak.

De dokter die me helpt heeft een excentrieke streak. Daarom heb ik haar graag. Ze staat op haar strepen, en in dit geval op haar ingreep. Ze kijkt vreemd op als ik haar uitleg dat ik me zeer zelfbewust voel omwille van de hagelwitte pleisters in mijn aangezicht. Ik had die pleisters ook niet verwacht. Had ik iets anders verwacht dan het beste?

Het beste moet in dit geval nog komen. Volgende week namelijk, als de draadjes eruit gaan. Gitzwart piept dat 5.0 draadje vanonder de witte pleister : géén zicht. Ik kan de onrust niet van me afschudden. Ik voel me onderweg naar huis waanzinnig verwaand, dat ik het lef heb gehad deze ingreep te ondernemen. (ook al vindt mijn lef oorsprong in onrust.)

En ja. Inmiddels zitten de kleine, weggesneden vlekjes in de camionette, onderweg naar analyse. Zelf afgegeven aan de balie, tussen soep en pattaten door, ‘zelfbediening ziekenhuis’. What’s that coming over the hill, is it a monster?”hoor ik als Thor van school thuiskomt. Tekenend toch, examentijd …

Geen opmerkingen: