donderdag 24 juli 2008

goed weer

Zomertijd scoort hoog op de wankele ladder van mijn huishoudelijk werk. Daarmee bedoel ik dat ik vrije tijd in de zomer aanwend om kamers om te gooien, inhoud te inspecteren, uit te maken of een inboedel blijft of verdwijnt. Zo zijn atelier, zolderkamer en slaapkamers de fijne kam der ontwarring gepasseerd. De enige boekenkast in huis waarin zich fictie bevindt, wordt jaarlijks onderworpen aan de kracht van de tijdloosheid. Weinig auteurs vallen eruit. De meesten zijn bij aankoop goedgekeurd op hun houdbaarheid. Dit jaar schijn ik nogal wat non-fictie resoluut naar elders te willen verwijzen. Een trip naar De Slegte (dank je, Isa) zal ervoor zorgen dat de zware afdankertjes een volgend leven krijgen op de planken van de tweedehands boekhandel. Als laatste toevlucht komen ze in de kringwinkel in Aalst te liggen.

Zo valt mijn oog weer op MFK Fisher, een Amerikaans auteur die overleed in 1992. MFK Fisher schreef over het leven, en gebruikte er de metafoor ‘eten’ voor. Echte kookboeken schreef ze niet, maar ze laat desgewenst het water in de mond lopen van haar lezers. Het is oneerbiedig van me haar Nigella-avant-la-lettre te noemen, daar Fisher glamour verafschuwde, maar toch roepen beiden eenzelfde honger in me op : voedsel eren, ingrediĆ«nten samenbrengen, een nieuw geheel maken, het resultaat delen met anderen. Praten over dat eten, en in geen tijd knauwen aan de dunne lijn tussen goed en kwaad, de gevolgen van voorspelbare, politieke spielereien of natuurlijk vast en veilig onderwerp : de toestand van het weer. Goed weer, overigens, vandaag.

Voor het slapengaan blader ik in AS THEY WERE, een verhalenbundel waarin Fisher o.a. de tijd die ze doorbrengt op Long Island omschrijft. Nadat de kinderen het huis uitgaan, merkt zij dat ze veel meer tijd overhoudt dan ze in haar leven aankan. Daarom gaat ze in het huis van vrienden aan de Atlantische Oceaan wonen. Ze hoopt er innerlijke rust en boeiende mensen te ontmoeten. Ze kent niks van het plaatselijke weer, en raakt al gauw bekend als de stadsdame-zonder-verstand, die het onderscheid tussen een zomerregen en een rasechte orkaan niet maken kan. Als de helft van de eigendom waar ze logeert in een najaarsstorm wordt verwoest, zakt ze af naar een veiliger onderkomen in Sag Harbour. Daar sluit ze vriendschap met een Griekse wijnhandelaar en voor de rest ‘… worked steadily because there was nothing else to do’.

Die enige zin, die heeft me gisteren nachtrust bezorgd.

Geen opmerkingen: