vrijdag 22 augustus 2008

]london bridge, in rain again[

Liverpool is culturele hoofdstad 2008. Dat is voelbaar in de TATE, het museum dat is ondergebracht in de voormalige ALBERT DOCKS, met een indrukwekkend uitzicht over de rivier Mersey. Als de stadse cultuurvibes te zoeken zijn in GUSTAV KLIMT, PAINTING, DESIGN & MODERN LIFE IN VIENNA 1900, dan is het museum geslaagd in dat opzet (in fel contrast met het grote aantal bouwsteigers dat de stad rijk is en dat de straten omtovert in hoog-testosterone wandelzones). Op twee verdiepingen wordt het oeuvre van de Oostenrijkse kunstenaar uit de doeken gedaan. Meer dan dat, wordt de tijdsgeest geschetst aan de hand van Klimt’s tijdgenoten, voorstanders en vrienden. De WEENSE SECESSIE, de WIENER WERKSTÄTTE, KABARETT FLEDERMAUSS, de artiestenstudio’s, de vrouwelijke studies in tekeningen en schilderijen, … Overbekende werken en intiemere doeken en objecten wisselen elkaar af in een logisch vervolgverhaal. Ons bekoorde ook zeer de technologisch hoogstaande i-pod-begeleiding.

Door regen en rukwind slingeren we ons vervolgens een weg naar de bovenstad, doorheen INDIA BUILDINGS, kantoren gevestigd in een klassiek opgetrokken gebouw met Italiaanse renaissance details. We laten ons inschikkelijk ophouden in de WALKER ART GALLERY, waar een indrukwekkende zaal Pre-Raphaëlistische werken de bourgondisch rode muren sieren. Op onze tocht naar de twee kathedralen van Liverpool, gelegen in elkaars verlengde op Hope Street, vliegen de regendruppels ons om de oren. De monumentaal grote METROPOLITAN CATHEDRAL OF CHRIST THE KING en de ANGLICAN CATHEDRAL CHURCH OF CHRIST beheersen het stadsbeeld van bovenaf. Genoeg katholicisme om van te duizelen, in een anderzijds nonchalante, zelfs studentikoze buurt.

The BRITTANIA ADELPHI op Ranelagh Place ziet er te goed uit om waar te zijn. We checken in met glimmende wangen. Een rijkelijk aandoend trappenhuis en royaal brede hotelgangen leiden ons naar een slaapvertrek van vier meter hoog, met en suite een kleine balzaal als badkamer. Oude, voelbare grandeur die we ons laten welgevallen. Het uitstekende ontbijt (dat tijdens ons korte verblijf luister verliest aan een buslading veteranen met english breakfast honger), doet de sing-a-long-tunes (karaoke) van de vorige nacht, doorheen de kieren van de gigantische ramen binnensijpelend, vergeten.

We ‘mind our step’ overal waar we komen, en als we het zouden vergeten, dan klinken uit het niets nasale stemmen op, die ons in voorzienige aankondigingen waarschuwen. London stikt van de goede raad. De temperatuur ligt tien graden hoger dan aan het woelige Ierse Zeewater, met plaatselijke hittegolven (in de ondergrondse) en koudere luchtstromen rond Saint Paul’s. De stad wordt in haar geheel zichtbaar. Aangenaam verrast verblijven we een hele middag in TATE BRITAIN. We laten ons meeslepen door de lokroep van het Nabije en het Verre Oosten, een overzichtstentoonstelling over Britse kunstenaars vanaf de 18de eeuw, en de invloeden van de Oriënt op hun werk. Door de zorgvuldige opzet van de show raken we als kijker vervoerd, terwijl de tijd onverbiddelijk voorbijtikt en de trein klokvast rijdt. Ons rest de herinnering aan het moment.

Geen opmerkingen: