zondag 23 november 2008

de eerste sneeuw


Opvallend hoeveel herten de laatste tijd ongevraagd aan me opdoemen*. In plastic zakjes opgesloten, omdat ze zichzelf verbeelden op wenskaarten voor eindejaar 2008, verstild galloperend achter eindejaarsuitstalramen, gedwee en geluidloos glimlachend, fier loeiend in goud- en zilverkleurige ademwolkjes; hun sierlijke silhouet schaamteloos uitgebuit, de eerder genoemde verbeelding voorbij.

Helemaal niets, had M. en mezelf enkele tientallen jaren geleden kunnen behoeden, noch waarschuwen voor het voorval dat ons die kille winteravond overkwam. We reden in M.’s wagen de Pijpestraat door en taterden, zoals dat gaat. De Pijpestraat is een desolate straat, al helemaal bij valavond. We anticipeerden op een verjaardagsmaal in een Pajots restaurantje. We kwebbelden totdat verbazing ons simultaan deed verstommen. Hadden we nu net, op het eerste zicht afwachtend, een grijsachtig bruin gevaarte op een stuk akkerland zien staan, gewei en al? Was dat een hert? In de Pijpestraat?

Tweehonderd meter verderop kreeg onze burgerzin de bovenhand, en deden we een poging een woonhuis de vroege slaap te ontfutselen (mobieltjes nog niet wijd en zijd verspreid). Dat lukte niet. Met een klein, nieuwsgierig hart reden we terug naar de vermoedelijke plek des onheils, onszelf nauwelijks bevragend wat we zouden doen als we oog-in-oog kwamen te staan met losgeslagen roodwild? Op de plaats waar we het gracieuze dier hadden opgemerkt, stond een wagen in de berm. Het hert was bokkig op de vlucht geslagen, nadat het, stotend met kop en gewei, de voorruit van de wagen in een reusachtig sterpatroon had gestoten. Madame voorin was vanzelfsprekend ontdaan. Het hert had haar diep in de ogen gekeken, voordat het in de zilveren nacht verdween.

* In sommige tradities betekent het plotse opduiken van een edelhert dat “het leven op het punt staat positief te wenden, wars van de plek waar haard of hart zich op dat moment bevinden” (Ted Andrews). Ree op het menu hebben we die avond, zonder verpinken, afgeslagen. De eerste drink die we uitbrachten ging naar Mr. Moose, vermoedelijk voort galloperend in de koude, donkere januarinacht.

Geen opmerkingen: