woensdag 12 november 2008

et puis... paris

Een huis voor de eerste keer betreden en je er thuisvoelen. Door de ontdane ruimtes slenteren, stilhouden, inademen en weer uit. Je ogen sluiten en dromen hoe het wordt. De vliering witkalken, de verdieping bestemmen voor innerlijke rust en onuitgepakte dromen. Geen tuin, maar een praktisch winterkwartier, voor potten gevuld met kruiden. Op het gelijkvloers alle muren wit schilderen, een stemmige piano in de alkoof. De openslaande ramen ontsluiten aan de winterbries, heel even, om de verschaalde lucht te verversen, het overgordijn meedeinend op de wind. Het gotische woonkamerraam dat uitgeeft op de straat. De gedachte dat alles één is. Klein eiland, zachtjes drijvend heen en weer, ondiep in de woelige buitenzee.


LA MAISON
van MANUEL POIRIER is geen grote Franse film. Maar daar is Franse film nu net sterk in. Als het niet bombastisch groots oogt en speelt, dan is het bevallig charmant en nazinderend diep. Malo is aan het scheiden en probeert zijn leven zin te geven, wanneer hij samen met zijn vriend een huis te koop vindt op de buiten. Via een brief van een vroegere bewoonster, een jong meisje, raakt hij verwikkeld in een op het eerste zicht verwarrende liefdesaffaire. Ware het niet dat de subtiele boodschap, namelijk ons verleden achterlaten, doorheen woorden en daden aan het oppervlak komt drijven.

Wat Franse film ook kan is emmeren. JULIE DELPY regisseert en acteert 2 DAYS IN PARIS. Wat de Franse actrice, reeds eerder in Engelstalige PARIS-parlez-films bedrijvig, aan onderliggende boodschap meevoert is flinterdun. Ofwel is de film als pastiche op Woody Allen’s filmische gepriem – inclusief zwarte, kentekende bril - bedoeld, ofwel waant Delpy zich waarlijk intelligent. Praten, praten, lachen. Praten, praten, lachen. Maar mijn hart wordt niet geraakt.