dinsdag 18 november 2008

ladies and gentlemen

Het gebeurt dat de verhouding tussen commerciële instelling en klant in alledaagse, van sleur doordrongen taferelen uit haar evenwicht raakt. De verkoopbalie in de speelgoedwinkel op maandagmiddag, bijvoorbeeld. De jonge kassierster zucht de groeiende rij wachtenden bij elkaar, omdat ze een barcode afwacht van een verkoopster, die tergend langzaam met het bewuste paar barbiepumps komt aansloffen. De kassierster tikt de prijs van de affreuze waren in, rekent af. Aan mij, yey!

Ik laat de stiftjes, vullingen en pen over de toonbank rollen. Helemaal niet hoe ik het had voorzien, maar zwaartekracht is van de partij. Waarop munten uit mijn portemonnee rollen, zodat ik kleingeld van de vloer moet rapen. Enfin, u herkent de omstandigheid, we passeren er allemaal, vroeg of laat. Ik maak een grapje, het grapje wordt niet gesmaakt. Uitgestreken gezicht aan de verkoopbalie. Waarop een man achter mij, me met een tik op mijn schouder aangeeft, dat hij nog enkele koperen muntjes voor me heeft opgevist. “Astublieft!” Het klinkt gebiedend.

Ik bedank iedereen en excuseer me voor mijn stunteligheid. Geen reactie. Bij niemand. Ik zoek mijn klantenkaart en tik ermee, net voor afkloppen, op de comptoir. Behalve incasseren heeft de kassierster niets met mij vandoen. Ze voegt er ongevraagd en gearticuleerd aan toe dat ze alle tijd van de wereld heeft, terwijl ze ongeïnteresseerd naar de grond tuurt. Of naar haar schoenen. (Barbieschoenen?)

Bij de bakker raak ik na flink heen en weer bedisselen aan een brood. Dat aarzelen ligt niet aan mij. De verkoopster moet te rade gaan bij collega F. of ze het broodje dat ik wil mag verkopen. Glorie, het kan! Ik word snaterend uitgewuifd met een metalig “Ja, dank u wel, dank u, daaaaag”. Het klinkt als een goed ingeoefend stukje Assimil. De verkoopster kijkt de andere kant op, alsof ik in het verlengde van de toonbank sta. Ik vind het waarlijk bijzonder.

Automatismen. Wat doet routine met ons? Als we ’t niet doorhebben, dan raken we verstrikt in een subgesprek dat zich verliest in onachtzaamheid, waarna het voor immer tenonder gaat. Bijna raak ik vertederd door de blijk van initiatief van de onbesuisde kassierster in de speelgoedwinkel. Niet dat het er verder iets toedoet.

Maar soms weet ik niet waarop ik wacht. Op Godot misschien, een soort gentleman? Straks is het Kerstmis. Dan zijn we weer allemaal lief voor elkaar.

3 opmerkingen:

Girardo zei

Een bakker waar u brood mag kopen. dat is ongehoord!

Tom zei

Zijn we allemaal lief voor elkaar of moet het binnen de regeltjes van het spel ? Ik moet mijn hart dringend weer openzetten, Nadine.

didiermaurice zei

... in winkels gaat dat als volgt bij me: ik stap binnen - wenk de winkelier - maak een hoofse, zeer diepe buiging waardoor mijn hoed op de grond valt - vervolgens hou ik mijn hoed in de richting van de 'spruiten' - de winkelier vult hem vriendelijk met spruiten - waarna ik de hoed terug op het hoofd zet... ... o travels, begrijp jouw verontwaardiging. Ik vind dat alle handelingen rond 'de waar' zingend zouden moeten verlopen. De wereld 'sound of music' of 'parapluies de Cherbourg' :)