maandag 5 januari 2009

een oefening

Ik heb het niet voelen sneeuwen. Ik had het druk met observeren hoe ik voor de tweede nacht op rij in mijn droom word opgezocht door een imaginaire geliefde. Ik bevind me in een duistere bibliotheek. De blonde adonis zit aan een tafeltje te praten, in de schaduw van een leeslamp. In zijn nabijheid zitten twee jongens te luisteren, die bij elke oogopslag een ander, liefelijk uiterlijk aannemen. De uitnodigende scene is aanlokkelijk, mysterieus. Ooit zou ik er warm en koud van hebben gelopen, bij de gewaarwording dat eenzelfde personage de ene nacht een kus bezorgt; de volgende zichzelf verliest in lyrische ontboezemingen.

Lang geleden fluistert een kennis mij in dat droombeelden graag worden geduid. Een gegeerde figuur die twee nachten op rij mijn erf opzoekt... heeft dat iets te betekenen? In recente jaren heb ik ontdekt dat me geen jota duidelijker is geworden. Ik neig tot aanvaarding van willekeur. Ons onderbewustzijn haalt truken met onze denkgeest uit. Hetgeen op zich niet verwonderlijk is, onontgonnen en grillig als ons ‘ongeweten’ leven is.

Mag ik stellen dat het onderbewuste geen gids in overleven nodigheeft, dat het autonomie ademt en fungeert als creatieve woorden- (of daden)wolk van het bewustzijn? Het lijkt erop dat het nooit helemaal bewust wordende zielenleven facetten uit onze denkwereld bij elkaar droodlet, en een drankje brouwt dat we ’s nachts gewillig tot ons nemen. Het haalt het ongecensureerde aspect van onszelf naar boven, waardoor we tijdelijke toegang krijgen tot de abyss, door het toeval van een ochtendlijke herinnering.

De Amerikaanse collagekunstenaar Christopher Leitch tekent sinds zijn zeventiende minutieus zijn dromen op, in woorden en beelden, en ziet na al die tijd van gedisciplineerd observeren nauwelijks een samenhang of patroon in zijn droombeelden. ‘Daar zie!’, denk ik. Het is niet omdat ik twee ochtenden na elkaar wakker word naast een imaginaire vriend, dat ik moet beginnen ‘dromen’. En het is ook niet omdat ik me hem ‘slechts’ twee keer herinner … dat ik de beelden pas twee keer droom. Misschien dromen we elke nacht verschillende keren verschillende levens bij elkaar? Misschien gebeurt onze harde schijf-defragmentatie wel non-stop en uit noodzaak? Al naargelang waar de droomfilm door het ontwaken blijft stille staan, stuwt ‘vingervlugheid’ van onze ontwakende geest, of willekeur, ons naar een droombeeld dat ons dierbaar is, dat ons bouleverseert, dat al dan niet wordt opgeslagen, dat we misschien krakkemikkig willen uitleggen. Kan droominterpretatie hoegenaamd tillen aan de wispelturigheid van het gedroomde landschap van de slaap?

Of is dit eigenzinnig, mythisch, en anticiperend, Waterhouse’s legaat dat mij prangend opzoekt ['nog heel even, nu niet lang meer']?

2 opmerkingen:

Tom zei

Eros en thanatos. Altijd maar opnieuw ;). Mooi geschreven. Tom
The Journal of Travels.

Caro zei

Prachtige overdenking. En zolang het geen nachtmerries zijn vind ik zo'n tweede leven soms wel aardig. Hoewel ik mij soms inderdaad wel verbaas over hoe ik het allemaal bij elkaar gedroomd krijg.