maandag 2 februari 2009

sexy


Een man in Hollywood opent een eigen kapsalon in Beverly Hills. De camera volgt zijn handelingen, een Amerikaanse het-leven-zoals-het-is. Hij spreekt tegen zichzelf, tegen de camera, poseert, vertelt doodly squat. De camera en de kijker slikken alles wat het oog passeert. Hij is geen loodgieter, maar doet zijn quasi deskundige zeg over waterleidingen en afvoerbuizen. Terwijl hij dat doet kijkt hij uitdagend in de camera, en weerhoudt zich net van een slinkse modellenpose. Zijn al dan niet toedoende gevloek wordt kunstig weggebiept. Het zou indruk kunnen maken, maar het doet dat niet.

De man is niet groot van gestalte en valt dusdanig weinig op. Daarom voert hij drie à vier gedaanteverwisselingen per week uit. Nu een zakenman uit Zuid-Frankrijk, dan een Steve McQueenpersonificatie. Zo voelt de man, die over zijn onopvallende acteerprestaties klept als over het weer, zich meetellen. Dan voegt hij, cruisend in zijn decaportable, in één adem eraan toe, “See that ass, there?”, en hij lacht zijn Trident, Ken-the-Barbiemantanden bloot. “En als niks anders helpt, dan staat deze kerel me bij!”. Hij klapt de zonneklep naar beneden, in de hoop dat het paarsoranje Buddha-plaatje zal vouchen voor de afwezigheid van wijsheid in dit bruinverbrande, holle praatblok.

Naast de stress van het op tijd openkrijgen van zijn gloednieuwe kapsalon, moet hij 40 stylisten ophemelen of de grond inboren, moet hij twee celebriteiten kappen (hij is zo onmisbaar, snap je), stampt hij een handvol ondernemers verbaal de verdoemenis in (arme buddha!) en blijft hij opperen dat “alles sexy is”. De kartonnen glimlach houdt aan, de camera blijft draaien en het kapsalon zal opengaan, “ook al kost het zijn leven”. Dat laatste heeft zich natuurlijk niet voorgedaan.

Ja. Agressief word ik ervan. Iemand heeft dit débâcle geregisseerd, iemand anders heeft deze soap geproduced, nog anderen geloofden genoeg in het product om het te verkopen. Eén zo’n heikele show en ik snap waarom het in de wereld bergafwaarts gaat. Mijn smoes mezelf deelgenoot te hebben gemaakt van nefaste rommel is flauw : VARG VEUM was op en er restte me slechts namiddagtelevisie om de berg strijkgoed te zien slinken. Ik hang evenwel mijn hoofd in schaamte.

Geen opmerkingen: