zondag 15 maart 2009

donker water

(london - part two)
De maitre d’ in het hotel komt uit Avignon, en spreekt onberispelijk, zij het geagiteerd Engels. Hij vraagt me of ik goed heb geslapen, ratelt er monotoon achteraan ‘wat ik wil drinken, waar ik wil gaan zitten en of ik het me zal laten smaken?’ (Hij zal me dat iedere ochtend vragen, op precies dezelfde toon en in die volgorde.) De ontbijtzaal is, op de in kanariegeel uitgedoste groep van jonge, Jamaïcaanse netbalspeelsters na, geheel ‘van mij’ – zijn woorden, niet mijn gedachten. Ik glimlach dun. Ik ben een vroege vogel, maar nog geen spraakwaterval, om 7 uur ’s morgens. Ik buig me over een kopje koffie en THE LONDON SCENE.

In juni van vorg jaar waren M. en ik in Greenwich. Ik wilde haar de Cutty Sark tonen, maar die bleek geheel en al aan het oog onttrokken, vanwege een brand in voorjaar 2007. Ik loop er, na het ontbijt, in een boogje omheen. Er heerst bedrijvigheid onder de reusachtige witte zeilen, zelfs op zaterdag. Vermoedelijk schiet het restauratiewerk op, alhoewel ik me afvraag of er nog één spaander heel blijft, aan de schroothoop die achterbleef na de genadeloze vlammenzee? Ik begeef me naar de zuidelijke rivierlift die me naar -1 zou brengen, had die gewerkt. Op zaterdagmorgen heeft slechts een fractie van het volume dat tijdens de week de underpass neemt de accomodatie nodig, dus heb ik het aflopen van de trappen. Halverwege mijn onderdoortocht bedenk ik af of het een goed idee was om de behoorlijk verlaten voetgangerstunnel te nemen? Die Thames is breed en op rennen ben ik niet bedacht, mocht het erop aankomen. Uit tegenovergestelde richting schijnen twee mensen en een paardenkop in aantocht te treden…. Ik houd mijn adem in, kijk achter me, maar de tunnel is even oneindig dààr, als voor me. De echo in de vochtige tunnel maakt me onrustig. Er rest me overlevering aan het lot, whatever. Met een flinke pas steven ik af op de uitgang aan de overkant, waar met een logge zwaai en badend in een onmiskenbare zweetlucht, een stel bejaarde Londoners me voorbij joggen.

Aan de noordkant van de rivieroever loop ik de gietijzeren spiraaltrap weer op en kom uit bij Island Gardens. Ik kies het Thames Path, dat mits enkele onderbrekingen doorloopt tot in the City. Wat de ochtendtrek uitzonderlijk aangenaam maakt is de uitbundige zon en de verlatenheid van het rivierpad. Ik waan me erdoor aan zee, maar dit is toch ook, en onmiskenbaar, London, by the river. De ochtendkou laat zich enkel voelen op schaduwplekjes en de Thames ruikt vers naar zilt en vis. Over het water schittert de glans van de zon en weerklinkt de pijnlijke roep van hongerige meeuwen. Activiteit situeert zich aan de overkant, waar voormalige havendokken worden omgetoverd tot onbetaalbare lofts en iets minder onbetaalbare gemeenschapshuizen; in een tweede fase ongetwijfeld besprenkeld met commerciële highlights. Ook nieuwe industrieën ontwikkelen zich razendsnel langs de rivier, en verder stroomafwaarts.

Met mijn blik die ontspannen over de waterspiegel glijdt, zou het onverwacht, elegant opdoemen van een oceaanstomer niet misstaan. Maar schepen van die omvang bleven in diepere wateren, in het zuiden van het land. Lang geleden voeren enkel ruige vaartuigen af en aan over de noeste rivier. Woolf heeft het over vrachtladingen schildpadden, die naar Mrs. Beeton’s voorschriften, werden opgewerkt tot mondaine schildpaddensoep. De Thames heeft eeuw na eeuw statig bloed en botten weggewassen, en viel de laatste decennia, op enkele watertaxi’s en de onvermijdelijke toeristische rivierboten na, om zeggen stil. In de nabije toekomst verandert haar patroon wellicht ingrijpend. Zweet en tranen zal ze torsen, onder invloed van de nijverheid die de bouw van het Olympische Spelendorp voor 2012 met zich meebrengt. Ten oosten van London ondergaan Stratford, Fish Island en het pittoreske Lea Valley een metamorfose die volgens optimisten moet leiden tot een boost van het plaatselijke gemeenschapsleven. De belangrijkste, minst ontgonnen verkeersader van de stad zal ontwaken en de drager worden van een vernieuwd en noodzakelijk transportleven.

Het Thames Path wordt onderbroken. Ik word verplicht langs een weinig inspirerende woonwijk te kuieren. Industrie en vernieuwing zinderen in de lucht. Ook al zijn hun wapens, vanaf het kerkje waar ik langs loop, aan het oog onttrokken, op Isle of Dogs proef je de oliesmeer en het zweet van de ondernemers, die project na project Docklands verder uit haar voegen doen barsten. Ik geloof niet dat Woolf hier liep, maar geheel zeker ben ik dat niet. Als ze hier, net als ik over haar vermoeide voeten wreef, dan zag de buurt er hoogstwaarschijnlijk natuurlijk woest uit, niet verdronken, als nu, in een troosteloos landschap van kranen en stellingen. Als Woolf hier overwoog het wandelen te staken en de eerste de beste bus zou hebben genomen terug naar huis, dan deed ze dat misschien aan deze busstop. Een rosse kater vleit zich zonder schroom aan mijn voeten neer, terwijl ik de aankomende bus toezwaai. Het kost me moeite de opdringerige kat op de stoep achter me te laten. Het is een buitensporige bedoening, kostelijk gade geslagen door de reizigers aan het raam. Ik zoek in een oogopslag soelaas bij de buschauffeur, maar die vraagt lankmoedig of ik meewil. No cats, mind you, voegt hij er overbodig aan toe.

2 opmerkingen:

Girardo zei

Dei Londoners hebben iets met branden langs het water. Eerst de City, dan de Houses of Parliament (heel mooi op doek vastgelegd door Turner) en nu de Cutty Sark. Volgens mij doen ze het opzettelijk.

Tom zei

Reisverhalen, o zo leuk en veel subtieler dan een capitoolgids. Lintbebouwing in Londen zou een mooie titel kunnen zijn.