vrijdag 27 maart 2009

* h o e *

* hoe = schoffel
(london - part four)
William Morris is wellicht de bekendste ontwerper in de Britse Arts'n'Crafts-stroming, ontstaan net voor de 19de eeuwwisseling, maar hij is niet de enige. Toch is het één van zijn huizen in London dat ik, op een loodgrijze zondagochtend, ga bezoeken. Ik moet ervoor naar Walthamstow, een suburb in het Oosten. Ik heb geen idee of het druk wordt, dus vertrek ik vroeg. Te vroeg, blijkt. Ik kom uit bij de winterborders van The William Morris Gallery en sta voor een gesloten deur. Het geeft me de tijd na te denken over deze plek, die honderd jaar geleden zinderde van de creatieve projecten.

Morris liet zich in zijn wereldberoemde designs o.a. inspireren door bloemen en planten, dewelke hij in zijn eigen tuin plantte en bewonderde. Ik loop om het kleine landhuis heen, op zoek naar sporen. Ik probeer enkele kromme, winterkale paadjes uit. Ik beland achterin, waar een vijver een handvol vissen huisvest. Er kwetteren vogels in een reusachtige kooi, die er niet langer aantrekkelijk uitziet. Ik besluit het theehuis op te zoeken, maar keer snel terug op mijn stappen. De open vlakte achter de weelderige, doch winterstille tuin en de veredelde bunker, die moet doorgaan voor theehuis, liggen er troosteloos bij. Bovenop het dak van het theesalon zit gesofisticeerde prikkeldraad. In het struikgewas ritselt een vroeg (menselijk) paartje, ik hoop slechts met sigaretten in de aanslag.

Het wordt tien uur en ik klop aan de voordeur. Ik mag foto's maken van de stemmig verlichte vertrekken en de indrukwekkende werken aan de wand. Daar is het mij ook vooral om te doen. Het is er zalig warm, dat scheelt met de koude ochtend buiten. In een klein uurtje doorkruis ik de publieke kamers, en doe een boeiende impressie op van één van Morris' huizen in London. Naast ontwerpen schrijft Morris (vroege) fantasy-verhalen en gedichten, en illustreert hij zijn eigen en andere drukwerken. De door hem gestichte The Kelmscott Press wordt de bekendste drukkerij binnen de Arts'n'Crafts-beweging.

Oorspronkelijk wil Morris priester worden, maar die missie loopt hij mis. In de nabijheid en vriendschap van andere grote kunstenaars als Edward Burne-Jones, wijdt hij zich vervolgens aan de kunst. Morris is ook een denker en een idealistisch, filosofisch en marxistisch ingesteld dromer. Behalve zijn gevoel voor esthetica roept hij zichzelf uit tot socialist, voornamelijk vanwege zijn bekommernis over de oprukkende, industriële (r)evolutie. Zijn politiek engagement beperkt zich evenwel tot het creëren van gunstige werkomstandigheden voor het volk dat in zijn ateliers wordt tewerkgesteld. Een goeie daad, dat kan worden gesteld, maar voorts creëert hij wél en enkel voor de elite. Zijn uitspraak, 'dat hij het wegvallen van het uitgestrekte landschap om zich heen, door de inwijking van boeren naar de stad, betreurt', getuigt wellicht van gevoeligheid voor natuurlijke esthetica, maar geeft ook zijn eigen vrees prijs dat hij zich weldra, op zijn gezapige landgoed, niet langer king-of-the-hills zal voelen.

hoe street
De wandeltocht van de ondergrondse naar Waterhouse door Hoe Street bevestigt Morris' initiële angst. Het 'plebs' dat zich hier destijds settlede, bleef. Het baat vandaag groezelige snackbars uit, het laat afval en oude kleren achter op de stoep, het bonkt in m'as-tu vu-karren en met luide beatmuziek door de ochtendstraten, het zet ei zo na een vijandige sfeer in de aanbieding. Het contrast met het elitaire landhuis op Forrest Road kan niet groter, en verleent aan de omgeving ternauwernood de vervlogen grandeur van een mijmerend, idealistisch man. Wat niet wegneemt dat Morris' designs out of this world blijven, tenzij u daar fundamenteel anders over denkt.

1 opmerking:

didiermaurice zei

... out of this world, tenzij u daar fundamenteel anders over denkt :)