donderdag 2 april 2009

jeezes, wat is dat met god, zeg?

Het overkomt me dat ik interviews inzake creativiteit, in de ruime zin, doorlees op het internet. Veelal dames lees ik, die worden gepeild naar hun creatieve kunnen, hun tijdsindelingen, hun inzet, hun actieplannen, hun geloof. Geheel onschuldig begeef ik me aan de doorgaans inspirerende taak van de lezende partij, totdat ik erachter kom, dat de creator zich ondersteund voelt door hulp van bovenaf. Ik denk dan aan, bijvoorbeeld, een berg. Een berg steekt boven ons uit (zoniet is het een heuvel of een hoopje). Een berg is statig. Een berg heeft de zelfingenomen kwaliteit grootsheid en nederigheid af te stralen. Een mens die zich overlevert aan, pakweg, de Jura... dat moét vonken! Ik geloof daarin. Ik heb zo'n rencontres gekend met bergen, ik onderken het effect. Maar gaat het over bergen?

De dame wiens vraag en antwoord ik aanvat, was gisteren aan het wandelen. Ze liep over het wandelpaadje in de tuin ontspannen te wezen, en ze raakte verwikkeld in een gesprek. Het overkomt eerlijk gezegd ook mij dat ik wildvreemden op mijn (wandel)pad aanspreek en hen vraag of ze kunnen genieten van het weer? Het gebeurt even vaak dat een onbekende mij spontaan zijn of haar levensverhaal doet. Even zo vaak blijft de wederzijdse erkenning beperkt tot een geheel niet onvriendelijke begroeting. Oogcontact kan, maar is eerder uitzondering. (Heerlijke uitzonderingen, overigens!)

Deze dame, beschaafd als ze eruitziet op de foto, wandelt over een tuinpad en geheel onverhoopt raakt ze geabsorbeerd door het bewuste gesprek. Een innerlijk gesprek. Een onzuivere monoloog, blijkt. Een vermoede tweespraak. Met god. Pardoes bekent ze dat god naast haar loopt en haar zegt welke haar volgende stappen zullen zijn. God begeleidt haar op haar weg, fluistert haar in welke weg ze moet inslaan, welke hand ze zal gebruiken onder het schilderen, welke mensen ze zal aanspreken om haar bloed, zweet en tranen aan de man te brengen. Grappig, stelt ze zelf, en ze neemt vaart. God fluistert haar geheel en al in wat het wordt. Bovendien maant hij haar aan haar verdiensten weg te schenken; een lesje in dankbaarheid. Ik lees, en ik denk, wat?

Ik heb niets persoonlijk tegen god, maar ik heb alles tegen het gewicht dat aan hem wordt verleend, aan de almacht die hem wordt toegeschreven, zelfs door intelligente mensen. Ik baal van de hoogmoed waarmee hij de onzekere, creatieve mens een flauwe baken voorhoudt, onder het misleidende mom van naastenliefde. Bovendien heb ik de pest aan de druk die hij uitoefent door verdiensten te koppelen aan opgelegde barmhartigheid. Niets voor niets dus. La vie quoi? Nee, niet la vie. God! Met name licht, onmetelijkheid en mededogen. Ik mag wel stellen dat ik een broertje dood heb aan oeverloze twistgesprekken tussen gelovigen en atheïsten, (omdat breuklijnen sowieso niet verzoenbaar zijn), maar ik word nog wilder van klinkklare onzin. En ik begrijp tot vandaag niet hoe de ellende in de wereld kan worden uitgelegd door toedoen van het mededogen van god.

Goed en kwaad is niks anders dan yin en yang, toch? Evenwicht wordt geschapen omdat tegenpolen elkaar ondersteunen. [Blindelings] vertrouwen in de waarheid van iets; of een vast, innig vertrouwen koesteren in iets of iemand (volgens Van Dale); klinkt alles bijzonder aanlokkelijk, maar volmaaktheid daarrond bestaat dan weer niet, want we zijn in onze banale quasi-intelligente evolutie als de dood voor absolutisme. Hoe kunnen we dan onze kracht overdragen aan het opperbestuur van één god? Hoe kunnen we geloven dat het god is die ons het manuscript influistert? Worden wij nu allemaal gewoonweg gék, en hebben we het niet in de gaten?

1 opmerking:

didiermaurice zei

stoicijnse column, travels. Lagen die maar in dokters- en tandartsenkabinetten, de pijn zou efficiënter bestreden worden en de mens tot nadenken aangezet...