zaterdag 25 april 2009

liggen


Mijn fototoestel is lui, om niet te spreken over mijn luiheid om bovenstaande kiekjes recht te trekken. Voor alle duidelijkheid : Joan begeeft zich aan de druivenplu(k), en Vliert(je) bekommert zich om haar fau(n).

Ik moet een jaar of vijftien zijn geweest, toen ik in Robi’s pittige gezelschap letterlijk de aarde inzeeg en er Etruskische sieraden ging delven. Robi reisde ervoor naar Zuid-Europa, maakte er kennis met blitze mensen, stortte zich in een nevenavontuur of twee. Ik lag op de oude zonnematras in de tuin, een glas melk en ontelbaar veel speculoosjes bij de hand. De bomen wuifden mild in de middagbries.

Toen Joan en haar vriendinnen druiven gingen plukken in Frankrijk, toen lag ik voornamelijk op de sofa, in de voorplaats. Ik las er tussen interludia en televisiejournalen door, de stand van zaken van het jonge meisjeshart opmetend, tranen met tuiten huilend bij haar prille liefdesverdriet, terwijl ik me vandaag –bij god!- niet herinner waar het toen brandde.

VLIERTJE EN HAAR FAUN is een ander verhaal. Ik lag op bed, ziek als een hond, geborgen door de stilte van de middag en de afwezigheid van vader en moe. Ik had zo’n platenspelertje, waarvan het deksel fungeerde als luidspreker. Ik had het bakje binnen handbereik geïnstalleerd, zodat het enige wat ik moest doen, telkens ik Vliertje even het zwijgen wilde opleggen, mijn arm opheffen was en de naald in de juiste groef van de 45-toerenplaat drukken.
Ik lag op bed, zwetend als een rund, klappertandend als een klepper. Voorzeker, ik had griep, maar ik viel wellicht nog meer ten prooi aan onbestemd liefdesverdriet. Meer dan dat. Voor het éérst draaide ik me door de molen van verlies.

Enkele dagen voor het boerengriepje me velde, was ik door het natuurhistorisch museum gedwaald, hand in hand met P. (Of droom ik dat detail er inmiddels bij?) De klas was op schooluitstap. In de paar vrije uren die ons restten, renden we langs kasten en kooien. We floten om beurt om de schoonheid van de iguanodons van Bernissart, we duizelden van de mineralen en fossiele vondsten geëtaleerd op de bovengalerijen, we speelden verstoppertje tussen de etalages van duizenden kleurrijke vogelkarkasjes. We zwalpten onder naambordjes door en bekeken elkaar schalks, P. en ik. Het was niet enkel onszelf dat we wilden sneller af wezen, de ganse klas zat achter onze vodden. Iedereen wilde toen al op de roddel. P. kon zijn flauwe lach nauwelijks bedwingen, en lachte zijn grote bek bloot. Ik koketteerde, zoals alleen een dertienjarige dat kan. En toen hij me tegen het glas van het vogelbekdier duwde en me vroeg, toen moet het zijn gebeurd. Toen moet het zaad der onrust zijn geplant. Toen moet ik zijn verkocht. Aan de liefde, aan haar kleuren, aan haar geuren. Aan haar komen en gaan.

Die tergend trage, onbeslechte scene speelde ik, die middag van het ziek zijn, over en over en over. Ik dweepte als Robi, ik bezweek als Joan en ik droomde van verlossend platteland, zoals Vliertje’s. Wild werd ik, tussen koortsaanvallen door, van haar faun. Op onbewaakte momenten draaide ik IF YOU LEAVE ME NOW grijs op de oude pick-up, en heb het sindsdien nooit meer gedaan. (Een plaatje grijs draaien, bedoel ik.) Ik geloof dat ik de tienerboeken maar niet herlees.

2 opmerkingen:

didiermaurice zei

'... voor het éérst draaide ik me door de molen van verlies...' Zie het voor me: saucijzen, om de 15 cm de darm omdraaien zodat een saucijs geboren wordt :) Ach, uw melancholische bespiegeling is zo fraai verwoord, een culinair hoogstandje zou ik zeggen, een reminiscentie als bloesem, overweldigend...

Dominica zei

Hallo "Woolf", misschien een gekke vraag. Dat boek "vliertje en haar faun daar heb ik als kind zo van genoten, en ik zou het zo verschrikkelijk graag nog een keer lezen (of het mijn 3 dochters laten lezen). het boek is helaas niet meer te krijgen en ook de bieb heeft het niet. Als jij het nog in bezit hebt, zou je misschien willen overwegen om het aan me te verkopen? Ik ben te bereiken via ineke.lindner@hotmail.com. hartelijke groet, Ineke Lindner