zondag 31 mei 2009

de jacht op een prinses

Ik word wakker. Ik weet dat ik de prinses wil fotograferen. Ik besef dat ik snel moet wezen, voor ze uit het zicht verdwijnt. Mijn lieve prinses, I am on my way. Ik neem om half acht vanmorgen de trein, richting Brussel. Het is in Kapellekerk dat ik moet wezen. Onderweg bedenk ik dat Kapellekerk in het weekend vast dicht blijft, maar ik ben al op weg. In Brussel Zuid worden de kraampjes voor de ochtendmarkt opgesteld. Ik tuur naar beneden, vanaf de trein. Tussen Zuid en Centraal zie ik haar, not, ter hoogte van Kapellekerk : we sporen uiterst links. Ik laat me niet uit mijn lood slaan. Ik draag mijn camera op mijn hart, ik passeer DE GEEST en voel me gewassen worden.

Ter hoogte van de kerk loop ik plots temidden onbegrijpbaar spraakwatergeweld. Het is geen Nederlands, het is geen binnenmonds gepreveld Belgisch Patois, het is geen Duits en van Engels heeft het niets vandoen (ook de buurt niet, d’ailleurs). Ik kijk scherper, merk dat er in de hoofdkerk een communiefeest plaatsvindt, van kinderen van mensen met bolle, Caucasische hoofden, het onmiskenbare, Oost-Europese ras (opzoekingswerk leert me verwantschap met Polen). Ze doen geen moeite vriendelijk te doen. Misschien nemen ze me mijn camera kwalijk? Mijn missie ligt niet bij hen.
Ik neem de treden naar het hekje, schiet wat kiekjes, voor het geval de prinses ongenaakbaar verscholen blijft. Mijn vrees wordt bewaarheid. Luiken, deuren, ramen van het 'college'station & recycl'art potdicht. Om de hoek, onder de brug door, verlopen straattypes in een ochtendlijke wolk van verschaald bier. Ik moet een nieuw plan smeden, want; de prinses? Het spijt me, ontsnappen doet ze niet!
Ik spoor onverdroten richting Blankenberge, Waver, en ’s Gravenbrakel : ik forens heen en weer tussen Zuid en Centraal, om de prinses te vatten. Ik trotseer rampentoeristen (dat weten ze nu nog niet), ik lever me over aan verdwaasde feestgangers, ik verlang naar het enige pad. Totdat, eindelijk, de trein aan de goeie kant spoort en mij de prinses geeft, in haar meedogenloosheid, in haar volle glorie, in haar kunstige onbevangenheid.
En zeggen dat ik niet van graffiti houd…

1 opmerking:

Tom zei

Opnieuw een staaltje van mooi schrijven. Annex de foto's die het bijzonder origineel maken. Groeten en nog een prettige dag.