vrijdag 15 mei 2009

greenwich

(london - part six)
Ik ben dol op Greenwich. Ik ontdekte het in 2005, toen ik een London Original Walk liep en er over het water heen voer. Het was een zonnige lentedag, de Thames glinsterde, terwijl de rivierboot onder de Tower Bridge door koers zette naar Zuid-Oost London. Het voelde bij aanmeren als thuiskomen, ik had de kasseien op de kade kunnen kussen. Natuurlijk snelde het wandelgroepje naar het park, om er de Time Ball te zien neerkomen, om klokslag één uur ’s middags (greenwich mean time, weet u wel?). Indrukwekkend was dat gebeuren geenszins, maar erg mystiek dan weer wel. Ik kon niet meer weg. Ik zocht Harrison’s zee-horloges op in het observatorium, zag er de nieuwe financiële wereld op zijn kop geprojecteerd in de reusachtige live doka. Ik slenterde mijn voetzolen kapot, ging aan het hek van de huidige muziekakademie (toenmalig oord voor zeevaarders) zitten rusten en genoot van de tonen en noten aria die de avondlucht boven de Thames zaligmakend vulden. Mozart, kabbelend water, gebroken zonlicht over het wateroppervlak, boterhammetjes en af en toe een wandelaar die glimlachend de pet aantikt. Kan u het zich voorstellen?
Dit jaar heb ik het complete geluk te logeren in Greenwich, alhoewel ik die meevaller een weinig heb geforceerd. Echt centraal in London ligt Greenwich niet, en dat laat zich voelen in de portemonnee; logeren is hier net iets voordeliger. Ik heb het eerder gehad over de uitslovende maitre d’? Ik laat het me alles dankbaar welgevallen! Mijn laatste dagje London voorzie ik ‘thuis’, om de hoek, in het hart van het plaatsje waar ik eerder mijn hart verloor. De drukte van de stad heb ik gehad.


Waarschijnlijk voeg ik het National Maritime Museum toe aan mijn korte lijstje favoriete musea. Het is maandag, de krokusvakantie zit erop, het is rustig in het museum. Ik heb een wandelingetje naar het observatorium achter de rug, bij wijze van opwarming. Ik heb in de verte de vreselijke Docklands zien liggen. Jammer dat ze donkergrijs prijken, tussen beide barokke torens van het Royal Naval College door. De bewaker in the Queen’s House dist me een onbegrijpelijk verhaal op over vergankelijkheid, duidend op de nieuwe wereld. Misschien is het te vroeg op de ochtend. In het Koninginnenhuisje overigens geen bijzonderheden, behalve het gerenommeerde, beschilderde plafond en de tulpvormige spiraaltrap. Aangezien foto’s nemen niet is toegelaten (een right english madame volgt me op de voet, overbodig haar te proberen verschalken, ze zou er de grap volstrekt niet van inzien, stiff upper lip), vind ik het wat overroepen. De arrogantie van de amateur-fotograaf!


Ik gun mezelf een pauze met een espresso en een makroon. Ik heb een zwak voor makronen en het kan me hoegenaamd niet schelen dat Engeland er niet het meest befaamd om is. Het dubbel mokka-aroma pept me op. Zodanig zelfs dat ik onmogelijk voorbereid kan zijn op de tijdelijke tentoonstelling van Renée Green, twee hoog. ENDLESS DREAMS AND WATER BETWEEN. Het werk, dat sterk verbonden is met water, herinnert me aan het betere werk van Orla Barry. Ik loop te mijmeren, onder woorden van hoop en (opnieuw) vergankelijkheid door, terwijl geluiden van kustleven me worden ingefluisterd, door vernuftig geïnstalleerde luidssprekertjes, terwijl plakboekfilms en collages de boodschap van Green kracht bijzetten. Ik begrijp volkomen dat de kunstenares door het museum werd aangezocht een project waar te maken waarin ervaring, voorstelling, (zelf)bedrog en beelden uit verleden en heden door elkaar heen worden vervlochten. Zij maakt die representatie waar. Zij raakt de ziel. Op maandagochtend. Faut le faire! De geduldige suppoosten knikken me bemoedigend toe. In London kan je vrij zeker zijn dat de suppoosten wéten waarom ze er zitten, en dat voelt voor één keertje zalvend goed.


Het gemberbiertje in het Regatta Café proeft vooral weldadig, cordiaal zelfs. Ik weet dat ik de wandeling voor de boeg heb, de wandeling die ik het minst graag loop; de laatste keer naar het hotel om de bagage op te pikken… Terwijl ik langs binnenstraatjes slenter, merk ik NUMBER 16 in Saint Alfege Passage, SE 10 op. Vorig jaar verwonderden M. en ik ons over de plantrijke huisgevel. Betrof het een wonder van horticultuur, een verrassend-weelderige winkel, was de groene passie van een overmoedige huisvrouw of –man buiten de lijntjes getreden? Voorzienigheid is erg verrassend, soms. Enkele dagen nadat ik thuiskom, zap ik (ik weet het, weinig inspiratie) en vind ik! NUMBER 16 behoort een Londons acteur toe, home make over included…. Voor een origineel bred&breakfast-adresje in Greenwich, wellicht de meest excentrieke locatie.

2 opmerkingen:

Tom zei

Deze reis was alvast een grote inspiratiebron, zo te lezen en zo te zien.

girardo zei

het enige wat ik mij van Greenwich herinner is dat er in een stap van het oostelijk naar het westelijk halfrond gegaan ben.