zondag 3 mei 2009

nu is waar je jezelf vindt

[musée de Mariemont - artiste inconnu(e)]
Ik loop door de Brugstraat, fiets aan de hand. Aan de overkant kijkt L. naar geldbeugels, door het raam van de lederhandelaar. Ik zie haar en houd stil. Ik verwacht dat ze zich zal omdraaien. Als ze me ziet, krijgt haar ernstige uitdrukking een onverwachte uitstraling. Het is een hele poos geleden dat we elkaar zagen. Schuifelend komt ze over straat aanlopen. Haar looppas is ontwapenend. Ze draagt haar geleden kinderziekte als een amulet.
Koffie, vraagt ze. Ik knik. Ik doe mijn fiets op het slot en we lopen naar binnen, bij Olav’s zoon. Het is druk binnen. De waard ziet onze aarzeling en suggereert de tafels bovenin. Ik kijk naar L., ze is wild enthoesiast. Voor haar geen vrees voor traptreden. Ik glimlach, we vinden een tafeltje. We gaan zitten. Ze zucht genoegzaam, geeft me een porretje.
‘Ben je nu al terug’, vraag ik.
‘Jààààà’, zegt ze gemeend. ‘Ik ben terug van donderdagavond. Oh, hemeltje’, voegt ze eraan toe, ‘het was heerlijk. We hebben drie landen bezocht in tien dagen. De mensen hebben zo goed voor me gezorgd. We sliepen één nacht in een bedoeïenentent. Dat was spannend. Net die nacht kreeg ik last van mijn darmen!’
De waard brengt koffie. We bedanken hem. Hij verdwijnt, dondert de trappen af.
‘Ik moest in het donker naar de badruimte. Op de tast, oh jee, mijn lamplicht was zwak. Ik geraakte er, maar toen ik terug wilde keren, toen ging de lamp stuk. Niks geen leven in te krijgen.’
Ik kijk haar aan, ik hou van haar levendige mimiek. Ze is voorzichtig niet te sakkeren, god wil ze niet beledigen. Ze is een schat.
‘Het was te koud om buiten te blijven, en hoe dan ook het was donker’, vervolgt ze.
Ik sip van de koffie, want die is heet. Dat doet L. ook. Ze sipt, terwijl ze met beide handen haar kopje koffie poogt stil te houden.
‘Ik ben naar de tent geslopen…’
‘Hoe wist je welke tent…’, onderbreek ik haar nieuwsgierig.
‘Ja. Het was tent nummer 124. Dus zocht ik naar die tent, met dat nummer. Ik vond ze, deed het grodijn opzij, sloop naar binnen en vond mijn bed. Het was een zalig, zacht bed. Maar toen ik ging liggen, toen bleek dat bed te kort!’
Ik probeer het me voor te stellen. L., gewend om in haar eentje voor haar oude, zo goed als bedlegerige moeder te zorgen, op eenzame nachtelijke missie, onder de Jordaanse hemel. Eenvoud, verrassing, verwondering. Meer dan dat is het leven niet echt.

In SNOW CAKE van MARC EVANS neemt Sigourney Weaver de rol op zich van een autistische moeder die een groot verlies krijgt te verwerken. Analoog aan haar lijden, verwerkt ook haar tegenspeler, Alan Rickman een traumatische ervaring. Meer dan dit kan ik er niet over zeggen. Alleen kijken.

1 opmerking:

Tom zei

Als ik het goed begrijp, loopt deze vrouw buiten de lijntjes. Letterlijk (zie foto en trailer) en figuurlijk (zie tekst). Of heb ik het verkeerd voor?