donderdag 9 juli 2009

oscar, un peu sauvage


De drie corpulente Fransmannen aan het tafeltje naast me in de sushibar op Avenue de la République blijken zachte macho’s. De leider wuift nonchalant met een briefje van honderd als was het een waaier tegen de hitte, en vervolgen onverstoord hun conversatie : ‘Attends, que je te l’expliiiique!’. Hun vaderlijke boy scout attitude doet me glimlachen.
Ik overpeins de ochtend waarvan ik een gedeelte doorbreng in Les Buttes Chaumont. Joggers hebben er hun favoriete loop van gemaakt. Ze hijgen en snuiven de minuten aan elkaar als professionele renpaarden : ranke, slanke wedstrijdhengsten snoeven voorbij, schimmige merries strompelen er achteraan; in hun zog een stel ingetogen trekpaarden als hekkensluiters. Niettemin te druk voor een rustige zondagochtend en dus zak ik af naar het Parc de Belleville, vanwaar een spectaculair beeld van Parijs en een verdwaalde luchtballon zich aan mijn zicht ontplooien. In het gemoedelijke park bezondigt een Amerikaanse blondine zich voorspelbaar aan het puberale ‘… like, what was he like, like what was he, like…?’; een groepje televisiemoeders wagen zich in de schaduw van de struiken aan rulle ochtendgymnastiek, terwijl een zachte moeder met een wolk van een dochter naast me plaatsneemt op het grasperk. We zoeken allen beschutting tegen de hitte.
Een uurtje van mijmeren gaat voorbij, dan is het Oscar die lokroept. Père Lachaise is een trekpleister voor dodenjagers, en ik betrap mezelf erop dat ik het graf van Wilde reeds eerder bezocht, en reeds eerder aartslelijk beoordeelde, en dat het er niet beter op is geworden. Zaten er voorheen zoveel lipstick afdrukken op het grijze graniet? En wat is het probleem met de gerolstoelde freak die geagiteerd het smalle wandelpad af en aan wheelt, onderwijl storende mantra’s prevelend aan het adres van poor, old and dead Oscar?
Geen echte nood. Daar zijn ze weer in de aanslag, les flics de la préfecture du 4e. Dit keer moeten ze me guideren naar la Cité, waar ik m. mag oppikken in het Hôtel Dieu (H). Ze stoppen me een gekopieerd plannetje in de hand en een geschreven kattenbel. Ze sturen me langs de donkere kerk van Saint Paul, indrukwekkend omdat mijn doortocht samenvalt met dies irae op de i-pod.
Het loopt niet zo’n vaart, maar ‘dat het kan verkeren!’, zei Bredero.

Geen opmerkingen: