woensdag 8 juli 2009

tout pour la patrie


Aan de Porte de Montreuil volgen we een familie die onderweg is naar la Marché aux Puces, onze bestemming. We slingeren ons langs drukke kraampjes en wagen ons als rasechte koopjesjagers aan hooggestapeld textiel, dat ons herinnert aan de hoogdagen op het Brusselse Vossenplein. Met un clin d'oeil et un sourire rekenen we af voor oud-nieuwe rokjes en kleedjes bij de gekscherende verkopers.
Het wordt snel bloedheet en m. ontdekt op tijd het dak van Novotel. We aarzelen niet : koffie, toiletten en airco! Lunchen doen we op Boulevard Voltaire, op het terras van de patisserie van Christine Poncet. Behalve het verkeer dat draaglijk voorbij buldert, worden we getrakteerd op het vertoon van een taxichauffeur in rust. Hij wast zijn dienstwagen met een plastieken fles, die hij aan de publieke fontein vult met water. Zijn hemd zit al gauw onder onzorgvuldige spatten. Als we klaar zijn met lunchen, is monsieur net begonnen met afspoelen.
Aan een sober zebrapad wagen we ons dwars over de Champs Elysées, nadat we de bateaux mouches voor bekeken houden. Op de hoek van de Rue Ponthieu werkt een ober zich uit de naad om fooi te verdienen voor de vier 1664’s die hij aandraaft. Maar het is in de schaduw van het Hôtel des Invalides dat we steak met friet eten.
We willen vervolgens koffie gebruiken in Saint-Germain-des Prés, in het café des Deux Magots. We dolen rond, vragen de weg aan een zwarte politieman die in compagnie met zijn collega’s de buurt bewaakt. De man lacht een goudblinkende tandarmatuur bloot. Als het aan hem lag, dan reed hij ons persoonlijk naar de brasserie. We moeten nochtans de duimen leggen voor de eerste minister, wiens veiligheid primeert op twee dames in nood.

Geen opmerkingen: