vrijdag 18 september 2009

zen

Ik merk het als ik de lege bokaal achter in de glasbak wil gooien, en het gat ontwaar. Daar waar de kanariegele plastic bak onder het houten bankje schuilgaat is er niks. Ik overweeg T.’s aandeel erin, dat hij de bak vast ergens anders heeft geplaatst. In de weg, bijvoorbeeld, maar neen, geen obstakels. Ik kijk om me heen en een bekende, misselijke golf trekt heel even door me. Een gesprekje met JJ valt me te binnen, de ochtend dat hij in geuren en kleuren vertelt dat zijn glasemmer wordt gestolen. Op de stoep! In de nacht! Glazen karkasjes op de kasseien geëtaleerd! Ik dacht er destijds bij, je zal een mooie glasemmer hebben gehad, en maybe get a life?
Maar nu voel ik me toch wat uit mijn lood geslagen, want iemand, iemand onbekend heeft onze lege-gele glasbak dus de moeite van het meepakken waard gevonden. Een bak met herinneringen overigens, want het vroegere babybad van T. Ik slaak een zucht. Ik had niet gedacht dat stelen, revisited me vanmorgen zou te beurt vallen. Jaren geleden, en ook traveling with my son T., kwamen we in de huurauto terug uit Disneyland. Rustige heen- en weer reis langsheen de Parijse périphérie, dolle fratsen in Peter Pan Wonderland, per (gelukkige) vergissing in een suite in hotel Cheyenne beland; daar gaat je hoofd van tollen. Die avond laden we de auto uit, ik herinner me dat ik mijn dagboek van de achterbank pluk en de auto afsluit. Als T. een half uurtje binnen is en terug tot aardse termen acclimatiseert, mis ik ineens een reistas.
De robuuste, zwarte tas nota bene, handig met veel vakken, voor onze weekendtrip tot de nok gevuld met goodies, als daar zijn hebbedingetjes, een toiletzak inclusief medicijnen, een volle Yves-Saint-Laurent, en kleren, quoi. Sommige kledingstukken nog gloednieuw, want als rasechte reizigers houden we van ‘nieuw’, onderweg. Er overvalt me onbestemde paniek. Heb ik die tas bij het uitladen op de stoep laten staan? Voordeur open, de stoep ligt er verlaten bij, kijkt me beschuldigend aan. Een langer verhaal dan dat ingekort : een geliefd stukje hebben en houden, ontvreemd, aan onze voordeur.
Ik heb buurman lang verdacht, maar hem nooit in T.’s trui zien rondlopen, noch zijn strakke jongensriem om zijn middel zien spannen, ook geen vleugjes Rive Gauche aan hem opgesnoven. Maar stelen, tja. ’t Is dat we het niet meer nodig hadden, zeker?

Geen opmerkingen: