maandag 5 oktober 2009

bangelijk manna


B., een vriend van mij, leeft in opgelegde afzondering. Door zijn omstandigheid en de ervaringen in verschillende gesloten instellingen die erop volgden, is zijn bewustzijn opengebloeid en schrijft hij me dat niets gebeurt zonder reden. Hij heeft een lange weg afgelegd en stilaan komt de eindstreep in zicht. Dan kan alles opnieuw beginnen; want, zegt hij, sterven is geboren worden.
Vrijdag had ik ‘toevallig’ met A. een verhelderend gesprek over gebeurtenissen en of er wellicht redenen tot gebeuren heersen? Inquisitief van aard als ik soms wel eens durf te zijn, ben ik de laatste maanden meer en meer de mening toegedaan dat niets in ons leven echt een reden heeft. De een zal het een donkere periode willen noemen, de andere zegt ‘och, god!’, en dan zijn er al diegenen die zeggen ‘que sera, sera’. Maar na donker komt licht (want dat is pure wetenschap – en dat is toch wel yin en yang, zeker? Zonder die twee geen leven), alleen blijf ik nogal athe├»stisch achter; en ik bedoel daar eigenlijk mee, meer athe├»stisch dan ooit tevoren. God? Dat is een drieletterwoord, meneer. No more no less, and three is (only) a magic number.
Ik wil terugkomen op B. en zijn overtuiging dat het de scheppende kracht in het universum is die ons doet groeien en bloeien, die ons redenen (te over) geeft om elke ochtend uit dat bed te springen en de dag te beginnen alsof het de allereerste is. Toen B. en ik nog onnozel deden en onszelf wijsmaakten dat iets er toe deed, toen was ik ook al dol op hem, en op zijn koppie met daarin veel wijsheden. De avonden die we onder de schemerlamp doorbrachten, de mentale naalden die we in elkanders hachelijke lijf porden, de uitstapjes in la-la-land…. ? Niets is veranderd. B. maakte dat toen waarachtig, en doet dat steeds, zoals ik daar vandaag dezelfde opinie over heb als toentertijd. Ik vroeg me niet af of the spirit er wat mee vandoen had, wij waren het toch die het deden? Wat inmiddels veranderde is de rek : de zwaartekracht heeft ons te pakken. Dokter M. zegde het me daarnet nog : ik hoef me heus geen zorgen te maken, wie zal tegenhouden dat onze aderen de zwaartekracht ondergaan?
Goeie vraag, dat.

Geen opmerkingen: