maandag 26 oktober 2009

spoor (111)


3.
In zijn droom werd hij wakker. De wereld voelde aan als watten. Hij spitste zijn oren, toch hoorde hij minder scherp dan voorheen. Hij zette zijn ogen op scherp, toch zag hij beelden als door een waas. De voile over zijn perceptie beviel hem. Onderscheidde hij stemmen? Wie klopt er aan de deur, wie bonkt er even hard?
Het lukte hem het kabaal weg te dromen. Hij drukte zijn hoofd dieper in zijn gekruiste armen, verstopte zijn oren in de stof van zijn jas. Hij kwam los uit het ravijn dat hij had voorvoeld maar niet gezien. Voorzichtig schuifelde hij naar de rand van de aarde.
‘Maak open, die deur! Nu!’

1 opmerking:

didiermaurice zei

oei, waar gaat dat hier naar toe...