donderdag 19 november 2009

allez-y, mon kiki


Ik had een vriend P., in een tijd dat we kolenkachels aanstaken, in de vier hoeken van een landelijk jeugdhuis. Zijn ouders begrepen hem niet en mijn moeder mij nog veel minder en dus werden we als vanzelf bondgenoten van elkanders miserie. Eerst was ik grenzeloos verliefd op hem, en hij niet op mij. Erna werd hij verliefd op mij, maar ik was de bevlieging voorbij. Het settlede voor immer een residu van onbestemd verlangen tussen ons in. Omdat ik vanmorgen op een stationspamflet een grappige vertaling uit het Nederlands naar het Frans aflees, word ik herinnerd aan P.
Wij lachten om dat soort dingen. Waarom moet een eenvoudig, kort Nederlandstalig woord per se in twee lange Franse worden vertaald? Is dat niet zoiets als de dingen nodeloos compliceren? Grappig was het altijd wel, en nauwelijks uit te leggen aan andere omringenden, hetgeen ons niet altijd even populair maakte. Maar daar hadden we lak aan.
Dat er een man van 51 met precies dezelfde naam als P. op dool is in Canada, een fietsenmaker zijn brood verdient in Bonheiden, een kinesist masseert vanuit zacht glooiend Zuid-Oost-Vlaams landschap, een sanitair raadsman zijn werk levert in het Leuvense. Al die P.’s… We zouden alweer over de grond rollen van de slappe lach om zoveel toevalligheden. Of althans, vroeger toch.
Als ge dit leest, P., herinnert ge u die middag dat we in de witte Peugeot van uwen pa een ritje maakten, beiden ingepakt in winters goed en in la bonne mine? Ge schakelde en we keken naar elkaar en we waren zo klaar om de koeien in de wei te begroeten. Groot was onze consternatie toen de verwachte en avant marche resulteerde in een plotse, achterwaartse beweging, gelukkig voor ons, en voor pa, in de ijle lucht.
We waren nog zo onervaren, toen.

Geen opmerkingen: