vrijdag 13 november 2009

gent-sint-peters, woensdagmiddag


‘Wilt ge, mag ik, hm…’
Een dame met een grote plastic tas onder de arm doet een stap naar voren mijn richting uit, op het moment dat ik langs haar heen wandel. Ze lokt aarzelend mijn aandacht. Haar gelaatsuitdrukking is vriendelijk, open. Ze duidt op een koperen duit op de stationsvloer. Ik zie het stukje liggen, vermoed dat het het hare is. Misschien heeft ze last van rugpijn?
Ik trek een handschoen uit.
‘Fgoe, nee, hm…’, maar ik veer alweer rechtop en overhandig haar het muntstuk.
‘Dank u, gooi het maar in de tas. Je bent lief.’
Ik glimlach. Ze opent haar tas. Erin zit de wereld.
‘Weet gij wat ik heb?’, vraagt ze.
Ik heb geen idee. Mijn hoofd zit elders, ik moet onder andere een trein halen.
‘Het is niet leuk, geheel niet. Toeme. Die meneer die stond er met zijn voet bovenop, ik durfde het niet te vragen. Aan jou durfde ik het te vragen. Zie je die friet liggen?’
Ik kijk in de richting waarnaar zij wijst. Ik zie een eenzame friet liggen.
‘Iemand kan daarover uitglijden. Zou ik de man in het loket vragen….? Of wil jij?’
Ik schud mijn hoofd. Ik vind het alles grappig, maar is er meer aan de hand?
‘Ai’, zegt ze, ‘Maar ik wil het je wel vertellen. Ik kan niet tegen vuil, ik kan er niet mee om. Ik kan het niet verdragen. Dat stoort me. Mijn dag is eraan. Die friet…’
Mijn oude frank is aan het vallen.
‘Mag ik je iets belangrijks vragen?’, gaat ze onverstoord, warmhartig door, ‘Ben jij gelovig?’
Ik kijk haar aan, schud mijn hoofd.
‘Ai’, zucht ze, ‘God, maarre… Mag ik je nog iets vragen?’
‘Ja’, knik ik.
‘Geloof jij dat er leven is na de dood?’
Ik wil haar wereld niet doormidden breken, maar ik wil niet liegen.
‘Ik weet het niet,’ draai ik, ‘Zou je willen dat er nog een was?’
‘Gôh, ik weet het niet’, geeft ze toe. Ze haalt haar schouders op.
‘Ik ben Nadine’, zeg ik, ‘Hoe is jouw naam?’
‘Judith’, zegt ze, ‘Moet je gaan, nu?’
‘Ik ben bang van wel. Vind je het goed?’
‘Oh. Ja’, zegt Judith, ‘Waar ga je heen?’
‘Ik ben onderweg naar Oscar van den Boogaard’, zeg ik.
‘Juist,’ zegt ze stralend, ‘Wat een geluk.’

2 opmerkingen:

didiermaurice zei

dat was een zeer 'marie magdalena'-achtige conversatie, die wij vervuld van spanning lazen...

Tom Veys zei

mooi mooi mooi, eentje recht uit het hart