maandag 30 november 2009

nood


Twee uur. ‘s Nachts. De bel gaat over. Ik open geagiteerd het raam in de slaapkamer. Op de stoep beneden en voor de deur staan twee jonge vrouwen die hun hoofd oprichten op mijn vraag. Ik knik, hijs me in mijn kamerjas, strompel slaapdronken naar de voordeur.
“Mogen wij ’s bellen?”
Het zijn twee jonge vrouwen in nood, dat registreer ik eerst. Natuurlijk mogen ze bellen. Ja, ook naar een gsm, waarom niet immers?
Ik vraag hen of ze een glas water willen. Vanuit de keuken hoor ik één van hen beginnen jammeren in de telefoon, nadat ze moeizaam het juiste nummer indrukt.
“Neen, ’t is geen leugen. Nee, ’t is écht. Z’hebben ons weer overslagen. Mijn ma haar been is genaaid, en mijn hoofd ook. Neen, nee, ’t is echt. Allez, serieus, … We weten niet waar de auto staat. Ja, we hebben niks misdaan. Maarre… Ken jij iemand die ons kan oppikken? Denk ’s na, bie. We staan in, hm, we zijn in dinges, in Ternat!”
Nadat ik hen het glas water toeschuif en hen de intimiteit van de hal oplever, vlieg ik nu als een hinde op hen af.
“Geraardsbergen, liefje. Jullie zijn in Geraardsbergen.”
Het vooruitzicht twee haveloze vrouwen in lage, witte laarsjes en met verwilderde haren te woord of ten dienste te staan begint te tanen. Uit hun hele hebben en houwen wasemen nicotine en alcohol op. De hal staat ineens stijf van de doordringende lucht.
Mama heeft mijn signaal begrepen.
“Kom, liefje, hang op. Hoe komen we bij het station uit? We nemen de trein.”
Om twee uur ’s nachts? Maar onderdak vormt de stationshal natuurlijk wel, een ontnuchteringsplek bij uitstek ook.
“Hoe komen we er?”
“Om de hoek, de straat uitlopen, jullie kunnen het stationsgebouw niet missen.”
Alhoewel.
Even overweeg ik hen de politie aan te raden, maar nuchterheid houdt me tegen.
Ze staan weer op de stoep.
“Waar ligt het station nu weer?” vraagt mama.
Ik toon hen de weg, en sluit de deur op de kroegengeur en benevelde sfeer die is misgelopen. Ik hoor hen de straat uithakken.

Ik ga een poosje op bed liggen denken. Heb ik nu mijn burgerplicht vervuld? Ben ik menslievend geweest? Hoor ik hen onderdak in de donkere nacht te geven?
Tegen drieën brengen de cijfers op de wekker een ergerlijk gevoel van slapeloosheid aan. Neen, ik heb dit niet gedroomd.

2 opmerkingen:

didiermaurice zei

een kerstverhaal!, misschien heb je nog net vermeden dat daar in het holst van de nacht een ezel en os in jouw keuken belandde, of een krijsende baby, wie weet... une drôle d'histoire quand même...

Tom Veys zei

magnifique ;)