zondag 1 november 2009

sleep (111)


4.
Als het kabaal aan de deur verstilt en de trein tot stilstand komt, waagt hij zich aarzelend uit de toiletcel. Hij merkt niemand op, snelt naar de opengeklapte treindeuren en wipt op het grindpad langs de sporen. Snel als een vos duikt hij een toevallig regenhok in. Hij proeft het avontuur van zijn boude daad, voelt de adrenaline kloppen in zijn bloed en houdt zich net gedeisd. De trein wacht stomend en sissend af, als een stier de vlammende lokroep van de katoenen doek tartend. Dan klinkt het verlossende fluitje van de kaartjesknipper. Wasemend en piepend trilt de trein het verlaten station uit. Zeger heeft geen idee waar hij is geland.