woensdag 9 december 2009

moo (111)


8.
‘Meneer, meneer, me-nee-eer!’
De dringendheid van het verzoek nijpt, Zeger tuimelt van de brug. Tussen twee werelden in valt hij. Hij scheurt zich los uit zijn visioen vervuld van nevelig lichtschijnsel en droefgeestig verlangen, en landt in een waarachtige koude koeienstal.
‘Hey,’ fluistert een stem hem in het oor.
Zeger doet moeite om zich bij dag te herinneren wat hij uitvoert op stro, een rauwe stem in zijn oor.
‘Het is tijd. Kom mee, kom mee!,’ dringt de stem.
Zeger draait zich om in de richting van het donkere profiel.
‘Het is 6:29. Tak!’
De zoon van de boer staat voorovergebogen te wachten.
‘Eten! Nu. 6:30! Ai.’
Zeger komt traag overeind.

Geen opmerkingen: